Mira Zeehandelaar
donderdag 21 maart 2013 / Daily Matters /

Artikelen / interview

Aan tafel met de moordenaar van je zoon

In 2002 wordt de zoon van Robi Damelin vermoord door een Palestijnse scherpschutter. Sindsdien is de Israëlische moeder op zoek naar verzoening met de moordenaar van haar kind. “Het is niet makkelijk, maar ik moet dit doen.”

 

“Hij was op het verkeerde moment, op de verkeerde plek,” zegt Robi Amelin. “De schutter heeft nooit bedoeld specifiek David te vermoorden. Me dat realiseren was de belangrijkste stap richting begrip en aanvaarding.” Ze oogt strijdbaar, vastberaden als ze haar verhaal vertelt in Hotel Mercure in Den Haag.

 

Damelin’s zoon David zette zich in voor de vredesbeweging en gaf les op de universiteit van Tel Aviv aan studenten filosofie. Toen hij werd opgeroepen, wilde hij absoluut niet in dienst. Maar hij moest van de staat, zoals alle jonge Israëli. Damelin: “David was verscheurd. ‘Mam, wat moet ik nou doen?’ vroeg hij steeds. Uiteindelijk ging hij.”

 

Hij werd gestationeerd bij een checkpoint dat in 2002 werd beschoten door een Palestijnse scherpschutter. David rende naar buiten, werd geraakt en stierf ter plekke.

 

Waas

De eerste dagen na de dood van David kan Damelin zich nauwelijks herinneren. “Het is één grote waas, ik lag dagen in bed. Je kunt je niet voorstellen wat er door je heen gaat als je je kind verliest. Het slaat een gat in je dat nooit weggaat.” In die periode spreekt ze met een journalist, waartegen ze meteen zegt dat er niemand mag sterven omwille van de dood van haar zoon.

 

Drie maanden later al staat Damelin een menigte van zestigduizend mensen toe te spreken op een demonstratie voor het verlaten van de bezette gebieden, over verzoening. “Iedereen gaat anders om met de dood van een kind. De een wordt ziedend en gaat op zoek naar wraak, de ander legt een prachtige tuin aan op het kerkhof om een soort moederrol te blijven vervullen. Ik wist één ding zeker: Ik ga er alles aan doen om te zorgen dat andere moeders dit niet mee hoeven te maken. Palestijns of Israëlisch.”

 

Damelin reisde af naar Zuid-Afrika, haar geboorteland, om te leren van het verzoeningsproces aldaar. “Daar was de haat minstens zo groot als tussen de Palestijnen en Israëli.” Ze was haar hele leven al bezig met vredesorganisaties, ook tijdens de Apartheid, en later in Israël. “De dood van David versterkt die drang alleen maar.” In Israël sloot ze zich aan bij de Parents Circle, een verzoeningsorganisatie die Palestijnen en Israëli’s die een familielid hebben verloren met elkaar laat praten, elkaar laat begrijpen. De film One Day After Peace volgt haar in haar zoektocht.

 

Brief aan de moordenaar

Dan schrijft Damelin de moordenaar van haar zoon een brief dat ze hem wil ontmoeten. “Op dat moment voelde het alsof ik ophield een slachtoffer te zijn.” In eerste instantie wil de moordenaar niks met haar te maken hebben, en dat begrijpt Damelin maar al te goed. “Moet je voorstellen hoe het voor een Palestijn is om empathie te moeten voelen voor de bezetter van jouw land. Hij heeft zelf allemaal familieleden verloren in deze oorlog.” Maar als ze later te horen krijgt dat hij haar wel wil zien ‘the so-called shit hit the van.’ “Het zou zo makkelijk zijn geweest om rond de wereld te reizen op zoek naar manieren van verzoening en vergiffenis. Maar de moordenaar van mijn zoon ontmoeten is de ultieme test.”

Damelin heeft hem tot de dag van vandaag nog niet ontmoet, daar moeten allerlei officiële instanties overheen. En ze wil de perfecte bemiddelaar vinden, die allebei de kanten goed kent. Hoewel het haar heel moeilijk lijkt hem te spreken, is ze vastberaden. “Ik wil begrijpen wie hij is en waarom hij gedaan heeft wat hij gedaan heeft. Dat heb ik nodig om het te verwerken. Ik ben absoluut niet op zoek naar een ‘het spijt me’, hoewel dat natuurlijk wel mooi zou zijn.”

 

Pelgrimstocht

Sinds de dood van David reist Damelin de hele wereld over om lezingen te geven over haar ervaringen. “Ik wil dat mensen weten dat verzoening zoeken absoluut geen makkelijke weg is, het is een soort pelgrimstocht. Maar het is de enige weg naar vrede om met elkaar te praten. Ik ben niet religieus, een tikje spiritueel misschien. Mensen moeten af van het snelle oordelen, van labelen. Iedereen heeft een verhaal, een menselijke kant. Het is voor iedere moeder – Palestijn, Israëli, Zuid Afrikaans of Iers – net zo zwaar om een kind te verliezen. Die emoties zijn universeel. Als je de menselijkheid in elkaar ziet en elkaar begrijpt, is dat het einde van conflict.”