Mira Zeehandelaar
dinsdag 7 juli 2015 /

Artikelen / De Correspondent | Iron Curtain Project

De angst voor de Russen is terug in Litouwen

Neringa Rekašiūtė (27) groeide op in een vrij en onafhankelijk Litouwen. Toch is ze bang voor Rusland. En zij niet alleen: om zich sterker te maken tegenover de Russen voerde Litouwen begin dit jaar de dienstplicht weer in. Misha Furman (67) snapt wel waar ze bang voor is. Hij groeide op in Litouwen tijdens de Sovjettijd. “‘De geschiedenis mág zich niet herhalen.”

 

Misha Furman (67) was vijf jaar oud toen de KGB voor de deur stond. De geheime agenten haalden het hele huis overhoop, vonden een paar boeken in het Hebreeuws, en namen zijn vader mee. Tien jaar gevangenisstraf kreeg hij. Omdat hij toen hij jong wasbij een Joodse vereniging had gezeten.

 

Vanaf dat moment waren Misha en zijn moeder alleen. “Ik heb mijn vader maar één of twee keer gezien vanaf een afstand door de tralies. Niet vaker”, vertelt de kleine Litouwer met bedeesde stem in zijn woning in Rotterdam. “Toen moest hij naar Rusland, naar een gevangenis ergens in de buurt van de Wolga rivier. Daar kon ik hem niet bezoeken.”

 

Voor de jonge fotografe Neringa Rekašiūtė (27) is het minder waarschijnlijk dat er ineens Russische agenten voor haar deur staan. Zij groeide op in een vrij en onafhankelijk Litouwen. Drie jaar na haar geboorte maakte het kleine land zich in 1991 als eerste van de drie Baltische staten los van de Sovjet-Unie.

 

Toch is Neringa bang voor Rusland. En ze is niet de enige. “De angst voor Rusland is zo massaal in ons land, dat het helemaal in je gaat zitten. Iedereen heeft het erover”, vertelt Neringa- stijl blond haar, indringende blik- via Sneringakype. En dan bedoelt ze niet alleen laagopgeleide oudere mensen in dorpjes, maar óók haar generatie. “Zelfs mijn vrienden, die de wereld hebben gezien en die ik respecteer. Vooral als Rusland ‘een zet doet’, zoals militaire oefeningen dichtbij de Litouwse grens of vluchten uitvoert door het Litouwse luchtruim, is dat het gesprek van de dag. De massahysterie laait dan op.”

 

De Litouwse geschiedenis zit dan ook vol van buitenlandse overheersers. “Ooit, in de 14e en 15e eeuw, was ons land rijk en welvarend. Maar sindsdien zijn we altijd onderdrukt door iemand. Het waren of de Zweden, of de Duitsers, of de Russen en noem maar op. Iedereen walste erdoorheen. Niet zo gek dat de angst voor bezetting en overheersing in onze genen zit.”

 

Afluisterapparaatjes

Bij Misha thuis werder nauwelijks gepraat over het Sovjetsysteem. “Je moest altijd op je tellen passen”, herinnert hij zich. Als hij met zijn familie bij vrienden op bezoek ging werden alle stekkers uit stopcontacten en telefoons getrokken. Voor het geval er afluisterapparaatjes in zaten. Heel soms kregen ze een brief van zijn vader uit de gevangenis, met veel zwarte viltstiftstrepen. “Alleen het positieve stond erin, geen idee hoe het echt met hem ging”, zegt Misha.

 

Het was een zware tijd voor zijn moeder. Ze moest werken in een garenfabriek om voor zichzelf en haar zoontje te kunnen zorgen. Misha herinnert zich de lange rijen waar ze in moesten staan om een kilo meel te krijgen. “Er was bijna niks. Er waren zelfs kleine kinderen in de rij die zich voor een dubbeltje aanboden om met je mee de winkel in te gaan. Dan kon je een extra kilo meel krijgen.”

Toch had hij als jonge jongen niet alles door, denkt Misha als hij terugkijkt. Zo bleek het buurjongetje waar hij heel vaak mee speeldehet zoontje van een KGB agent. “Mijn moeder ging daar heel goed mee om, realiseerde ik me achteraf.” Maar toen Misha tijdens het buitenspelen per ongeluk een steentje tegen het hoofd van het buurjongetje gooide waardoor hij bloedend naar het ziekenhuis moest, raakte zijn moeder volledig in paniek. “Maar gelukkig gebeurde er niets. Mijn moeder heeft keurig haar excuses aangeboden aan de buurman, en daar bleef het bij.”

 

Huilende militairen

De confrontatie met de Russen kwam ineens veel dichterbij toen afgelopen voorjaar een brief op de deurmat viel bij de geliefde van Neringa. Hij moet komende september het leger in. Verplicht. De dagen daarna belde de ene na de andere vriend: ook zij hadden zo’n brief gekregen. Na de zomer zouden ze ineens soldaat zijn, terwijl ze nu juist zo goed bezig waren met hun carrières en sommige hadden net hun eerste kind gekregen.

 

Begin dit jaar voerde de Litouwse regering uit angst voor de Russen de dienstplicht weer in voor alle mannen tussen de 19 en 27 jaar. Na de annexatie van de Krim en het geweld in Ukraine besloot de regering dat het land zich moest kunnen verweren tegen een eventuele aanval. Ook de NAVO werd gevraagd drieduizend manschappen te sturen. Hoewel een lucht- of grondoorlog met de Russen niet waarschijnlijk wordt geacht, oefent de NAVO regelmatig met straaljagers, omdat Rusland zo onvoorspelbaar is.

Verder werd recent bekend dat de Verenigde Staten overweegt zware wapens naar de Baltische landen te sturen.

‘Hoe dúrfde ik kritiek op de staat te hebben?’

 

Neringa is voor het militair versterken van Litouwen, maar fel tegen de ‘loterij’ van de dienstplicht waardoor ieder jaar zo’n 3500 mannen worden geselecteerd. Daarom maakte ze een portrettenserie met de titel ‘Zij wonnen de loterij’ van jongemannen die in militair kostuum staan te huilen. “Die jongens moeten ineens negen maanden van hun leven het leger in. En als ze niet willen, worden ze hier afgeschilderd als watjes.” Met de portretten wil ze laten zien dat er niks mis is als mannen gevoel hebben, en de discussie over ‘mannelijkheid’ aanwakkeren.

 

Dat heeft ze geweten. De Litouwse media stortte zich massaal op de jonge fotografe: ze haalde de voorpagina’s van kranten en de telefoon stond dagenlang roodgloeiend door tv-stations die haar belden voor een interview. “Het was de hel”, zegt ze. “Ik heb zo’n grote bak negativiteit over me heen gekregen. Hoe dúrfde ik kritiek op de staat te hebben?” Ze werd meerdere malen uitgemaakt voor ‘vijand’ en ‘verrader’.

 

Volgens Neringa is die in haar ogen bekrompen mentaliteit een erfenis van de Sovjettijd. “Litouwers zijn er nog steeds niet aan gewend dat er kritiek wordt geleverd. ” Maar de angst voor de Russische dreiging speelt ook een rol, denkt ze. “We zijn zó bang voor Rusland, dat kritiek op zoiets als de dienstplicht niet wordt getolereerd. Uit angst dat die kritiek als propaganda voor Rusland wordt gebruikt.”

 

De viool

“Mijn vaders hele leven heeft in het teken gestaan mij een vrij en goed leven te geven, weg van de bezetting”, zegt Misha. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren zijn ouders hun twee zoontjes van twee en vier jaar. Daarover spraken ze nooit, ook niet toen Misha ouder was. Dat hij ooit twee broertjes had weet hij van kennissen van zijn ouders die ook in het concentratiekamp zaten.Soms zong zijn moeder thuis een liedje uit het kamp, maar ze kon het nooit afmaken. Misha was een na-oorlogskind dat in vrijheid zou moeten opgroeien. Een probleem: na de Duitsers kwamen de Russen en begon de volgende bezetting.

 

Tijdens de Sovjettijd was de vader van Misha kapper. Van de staat moest hij ongeveer 200 mensen per maand knippen, voor 80 roebel. Genoeg voor het gezin om precies één week te leven. Dus deed Misha’s vader wat iedereen om hem heen deed: zwart bijklussen en stiekem extra mensen knippen. “Ik denk dat hij zo’n 500 mensen per maand knipte,” zegt Misha.

 

Dat Misha’s vader alles deed voor zijn zoontje bleek ook toen de vijfjarige Misha- een half jaar nadat zijn vader in de gevangenis was gezet – besloot dat hij viool wilde leren spelen. ‘Je zoon is gek geworden’, schreef zijn moeder in een brief aan vader in de gevangenis. Een paar maanden later arriveerde er een envelop met geld. Zijn vader had in de gevangenis officieren geknipt en zo extra geld verdiend. ‘Voor je viool’ stond erbij.

 

“De kwaliteit van muziekles is het enige positieve aan het hele Sovjetsysteem.”

 

Misha’s moeder kocht een viool en Misha begon met lessen. Die waren heel streng. “Dat is het enige positieve aan het hele Sovjetsysteem”, zegt Misha. “Als je viool leerde spelen leerde je viool spelen. Geen voetbal, geen judo, alleen viool. De beste musici komen daardoor uit het Oostblok.” En toen gebeurde er, na een jaar en negen maanden, iets totaal onverwachts: Misha’s vader kwam thuis. “Dat moment zal ik nooit vergeten, het was een groot feest”, zegt Misha. “Ze hebben hem zijn vrijheid teruggegeven ‘wegens Stalins fout’, zeiden ze.” Chroesjtsjov was aan de macht gekomen en verleende amnestie aan ruim een miljoen gevangenen.

 

Nul punten

Neringa vindt het essentieel dat haar land een sterk standpunt inneemt over de grote buur. militair 3‘Onze president durft zich daar gelukkig uitdrukkelijk over uit te spreken. Daarbij is het goed dat het leger wordt versterkt. Dat is een signaal naar de NAVO. Dat we bereid zijn militair mee te helpen als het nodig is.’

Maar ook de kleine signalen en verzetjes doen ertoe, vindt zij. Trots was ze op haar land toen Litouwen dit jaar nul punten gaf aan het lied van Rusland tijdens het Eurovisiesongfestival. “Dat was een historisch moment. Nul punten! Dat is nog nooit gebeurd,” zegt ze gniffelend.

 

Hoe rebels Neringa tegenwoordig ook is, haar grootouders waren juist conformistisch tijdens het Sovjetsysteem. “Ze trokken niets in twijfel, gedroegen zich zoals het moest,” zegt Neringa. Haar ouders zijn wat liberalerdan haar opa’s en oma’s, maar deden wel wat ze gezegd werd. Met een trotse blik in haar ogen vertelt ze over een vriendin van haar moeder die heel rebels was en vaak korte rokjes en spijkerbroeken droeg. Ze werd daar een paar keer voor opgepakt.

Van haar vader krijgt Neringa vaak te horen hoe jaloers hij op haar is, dat ze nu de hele wereld rond kan reizen. Hijzelf mocht toen hij jong was één keer naar Amsterdam voor een studie-uitwisseling. Daar zag hij voor het eerst de vrije wereld. “Dat maakte heel veel indruk op hem”, zegt ze.

 

Coca-Cola en wc-papier

Om Misha in vrijheid te laten leven zat er voor Misha’s ouders niks anders op dan Litouwen te verlaten. Dertien jaar lang, jaar in jaar uit, werd hun uitreisvisum-verzoek afgewezen. In 1969 lukte het: ze mochten het land uit.

 

Op de dag van hun vertrek had Misha een tas kleren in de ene, zijn dierbare viool in de andere hand. Maar bij de grens aangekomen mocht Misha zijn dierbare viool niet meenemen.

 

Ze namen de trein naar Boedapest, waar ze overnachtten. Daar zag Misha voor het eerst van zijn leven wc-papier. Eenmaal in Israël aangekomen waande Misha zich in het paradijs,. “Maar Coca-Cola vond ik maar tegenvallen. Dat smaakte eigenlijk naar zeep,” zegt hij.

Daarna ging het snel voor Misha als violist. Hij werd aangenomen op de muziekacademie in Israël en speelde in een strijkkwartet. En toen arriveerde- een half jaar na zijn aankomst in Israël- alsnog zijn viool. Stiekem verstopt in de bagage van een vriend die ook naar Israël kwam.

 

Zeven jaar later kwam hij naar Nederland. Zeven jaar later kwam hij naar Nederland. Tot aan zijn pensioen speelde hij in onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij geeft nog steeds vioolles aan het Rotterdamse Conservatorium. Terug naar Litouwen gaat Furman eigenlijk alleen tijdens vakanties. Dan gaat hij naar plekken waar hij vroeger niet mocht komen, zoals de strook natuur waar destijds de Russen zaten. En hij gaat langs bij oude vrienden en zijn vioolleraar. ‘Ze hebben veel zorgen daar,’ zegt Furman. ‘Wie is er niet bang voor Poetin?’

 

Zijn ouders bleven ihuilende militair laatsten Israël. Misha’s vader was er eigenlijk meteen gelukkig. En de missie om zoon in vrijheid op te laten groeien was geslaagd.

 

Terug naar Litouwen gaat Misha eigenlijk alleen tijdens vakanties, hij zou er nooit willen wonen. Tijdens zijn bezoeken gaat hij naar plekken waar hij vroeger niet mochtkomen, zoals een strook natuur waar destijds de Russen zaten. En hij gaat langs oude vrienden en zijn vioolleraar. “Ze hebben veel zorgen daar”, zegt Misha. “Wie is er niet bang voor Poetin?’

 

Neringa wel. ‘De geschiedenis van bezetting mág zich niet herhalen. Mijn doel is dat ik in een land leef waar mensen elkaar vertrouwen, zich vrij voelen en zich durven te uiten. En dat we niet meer in angst leven.’ Maar zolang hun grote buurman zo onvoorspelbaar is, is dat lastig, denkt ze.

 

Of zij zelf in de Sovjettijd ook zo opstandig had durven zijn als ze nu is? “Jazeker”, zegt ze resoluut. “Dat zit in mijn aderen.” En dan, lachend: “Maar dan had ik allang in de gevangenis gezeten. Ergens ver, ver weg in Rusland.”

 

Lees het verhaal hier op De Correspondent en op www.ironcurtainproject.eu