Mira Zeehandelaar
zondag 2 juni 2013 / Daily Matters / / artikel asielzoekers Wordt vervolgd

Artikelen / achtergrond

Het verhaal achter de littekens

Alleen vluchtelingen met een waterdicht verhaal over hun vervolging‚ maken in Nederland nog kans op een verblijfsvergunning. Veel asielzoekers kunnen echter niet coherent over hun lot vertellen. Sinds 2011 helpen artsen en psychologen van het iMMO met de medische onderbouwing van het asielverhaal.

 

Emad (27) meldt zich begin 2012 bij de vreemdelingenpolitie in Ter Apel. Hij is zijn vaderland met hulp van mensensmokkelaars ontvlucht en heeft een lange reis achter de rug, eerst te paard en daarna in auto’s en vrachtwagens. Emad, die op mannen valt, voelt zich niet veilig in zijn eigen land ergens in het Midden-Oosten, waar op homoseksualiteit de doodstraf staat. Op een avond, tijdens een feestje met een paar vrienden, vallen mannen met knuppels het pand binnen. Ze trekken iedereen zwarte zakken over het hoofd en voeren hen af.

 

Emad belandt in een donkere cel, waar hij wordt gemarteld en verkracht. Ook hoort hij hoe zijn vrienden onder handen worden genomen. Na twee weken kunnen ze hun bewaker overmeesteren, maar tijdens zijn vlucht wordt Emad neergeschoten. In het ziekenhuis helpt een verpleegkundige hem via een raam te ontsnappen. Emad vlucht naar Nederland. Hij is dan al veranderd in een angstige en sombere man die zich slecht kan concentreren. De martelingen laten hem niet los.

 ‘Afdrukken van strijkijzers op je rug zijn meestal niet door je zus veroorzaakt’

 

Voor getraumatiseerde mensen als Emad is het moeilijk hun verhaal duidelijk te vertellen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) eist van personen die geen papieren bewijsstukken uit hun land meebrengen, zoals een officieel arrestatiebevel, dat ze hun verhaal met ‘positieve overtuigingskracht’ vertellen, zonder vaagheden en tegenstrijdigheden.

 

Emad slaagt daar niet in. In zijn geval is verder onderzoek nodig, besluit de IND na het eerste verhoor. Hij verhuist naar een asielzoekerscentrum en voert lange gesprekken met de IND-ambtenaar. Die vindt dat Emad zijn verhaal niet goed onderbouwt. Emads verklaringen over de inval bij het feestje en de ontsnapping uit het ziekenhuis noemt hij ‘vaag’. De IND besluit tot een ‘voornemen tot afwijzen’ van Emads asielverzoek. Hij krijgt nog wel de gelegenheid om met een advocaat zijn asielverhaal aan te vullen.

 

Essentiële details

‘Dat gebrek aan bewijsstukken is de belangrijkste reden voor onze oprichting’, vertelt Annemieke Keunen, directeur van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) in Diemen. ‘Iemand die is gemarteld, heeft daar natuurlijk geen schriftelijk bewijs van.’ Als je net in Nederland bent aangekomen, legt Keunen uit, is het lastig je verhaal goed te vertellen. Vaak realiseren deze mensen zich niet hoe essentieel de kleinste details kunnen zijn. ‘Zo riskeren ze tussen wal en schip te vallen.’

 

Als de asieladvocaat vermoedt dat er iets fout is gegaan, kunnen ze het iMMO vragen de vluchteling medisch (fysiek en psychisch) te onderzoeken om het asielverhaal te ondersteunen. Evert Bloemen, iMMO-arts: ‘Het is alleen maar menselijk, inherent aan de menselijke psyche, zeker in bepaalde culturen, om niet openlijk over persoonlijke en pijnlijke zaken te praten. Mensen houden zich sterk. Maar als ze aan de tand worden gevoeld tijdens een asielverhoor, komen de herinneringen boven en reageren ze emotioneel en verward. Mensen met een posttraumatische stressstoornis lijden vaak aan concentratie- en geheugenverlies en vertellen daarom een incoherent verhaal.’

 

De voorloper van het iMMO, het Meldpunt Asielzoekers met Psychische Problemen (MAPP), begon in 2006 met psychologisch onderzoek bij asielzoekers, om zulke problemen te signaleren. Inmiddels is dit medische onderzoek het startpunt van elke asielprocedure: een verpleegkundige moet binnen een uur alle lichamelijke en psychische klachten aan het licht brengen. Er wordt weliswaar geen medische diagnose gesteld, zoals een posttraumatisch stresssyndroom, maar toch is Keunen er blij mee: ‘Het is de eerste stap van de IND om ook door een medische bril naar de vluchteling te kijken.’

 

Als de onderzochte persoon verward blijkt te zijn, krijgt de IND-ambtenaar het advies daar ‘rekening mee te houden’. Keunen: ‘Maar wat houdt dat in? Dat is subjectief. Je ziet in de IND-rapporten dat de ene ambtenaar het wel doet, terwijl de ander een soort politieverhoor afneemt.’

 

Het iMMO is in 2011 opgericht vanuit de behoefte aan een onafhankelijke organisatie voor medisch onderzoek. Dat gebeurde op aandringen van Amnesty Nederland, Vluchtelingenwerk en nog vijf organisaties. Inmiddels werken er zo’n zestig vrijwillige rapporteurs: huisartsen, psychologen en specialisten als dermatologen, psychiaters en chirurgen. Bloemen: ‘Nieuw is dat een arts en een psycholoog nu beiden naar de zaak kijken. Die combinatie is essentieel. Iedereen kan littekens hebben, maar het gaat erom of wij kunnen aangeven of die littekens een relatie hebben met wat de asielzoeker vertelt.’

 

In 2012 kwamen bij het iMMO 210 aanvragen binnen voor medisch onderzoek, vooral van asieladvocaten. Keunen: ‘We hopen dat de IND in de toekomst zaken direct aan ons voorlegt. Maar het is voor hen een enorme cultuuromslag om medisch steunbewijs mee te nemen in hun beoordeling van een asielaanvraag. Zoiets kost tijd.’

 

Vertrouwen

Keunen wil dat het iMMO een particuliere instelling blijft: ‘Het is voor de asielzoekers belangrijk dat we onafhankelijk zijn. Vertrouwen is essentieel tijdens de onderzoeken.’ De directeur hoopt wel op overheidssteun, zodat het iMMO meer onderzoek kan doen. ‘We hopen binnen drie jaar mee te tellen als serieuze partij in de asielprocedure.’ Het instituut drijft nu op geld van particuliere organisaties en donaties.

 

De meeste asielzoekers die bij het iMMO komen, hebben net als Emad een ‘voornemen tot afwijzing’ van het IND ontvangen of zijn uitgeprocedeerd. De onderzoeken vinden plaats bij in Diemen; voor uitgeprocedeerde asielzoekers moeten de arts en de psycholoog soms zelf naar het detentiecentrum. ‘We zien schrijnende en kwetsbare gevallen’, zegt dokter Bloemen. ‘De IND twijfelt aan hun asielaanvraag, terwijl ze onder de littekens zitten.’

 

Een eerste onderzoek duurt al gauw een paar uur. Een tolk zorgt ervoor dat arts en vluchteling elkaar begrijpen. De artsen bekijken de littekens, hoe ze zijn genezen en of dit overeenkomt met de beschrijving van de martelingen. Ze kunnen ook een beroep doen op dermatologen uit het Amsterdamse AMC. Bloemen: ‘We kunnen nooit met honderd procent zekerheid zeggen wie de verwondingen heeft toegebracht. Als iemand een gebroken tand heeft, kan dat door van alles zijn veroorzaakt. Dan noteren we dat het ‘consistent’ is met het asielverhaal. Maar als iemand littekens van strijkijzers op zijn rug heeft en vertelt over dergelijke martelingen, ga je er niet snel vanuit dat hij het zijn zus heeft laten doen. Dan noteren we dat het ‘typerend’ is, dat er een sterk causaal verband is met het verhaal. Daarbij is het psychologische onderzoek essentieel: hoe vertelt iemand over zijn ervaringen? Welke emoties komen er bij kijken?’

 

Nadat Emad een ‘voornemen tot afwijzen’ had gekregen, vroeg zijn asieladvocaat het iMMO om een onderzoek, aangezien zijn cliënt onder de littekens zat. De artsen van het iMMO stelden vast dat die littekens zijn verhaal onderbouwen. Uit het psychologisch onderzoek bleek dat Emad lijdt aan een posttraumatische stressstoornis met concentratieverlies, een verklaring voor zijn warrige en vage herinneringen tijdens de IND-verhoren. Eind april 2013 kreeg Emad alsnog een verblijfsvergunning.

 

Uit veiligheidsoverwegingen is de naam Emad gefingeerd en blijft zijn land van herkomst ongenoemd