Catrien Spijkerman
woensdag 8 april 2015 / Nieuwejournalistiek.nl / / blendle nieuwe journalistiek startup

Artikelen / nieuwe journalistiek

'Ze komen in onze kranten knippen'

“Nee! Ik vind het dus een héél slécht idee”, zegt Erik Roddenhof. Hij is commercieel directeur van uitgeverij De Persgroep . Blendle, de start-up die op internet losse artikelen verkoopt van onder andere Persgroeptitels de Volkskrant, Het Parool, Trouw en AD, heeft onlangs een vernieuwing doorgevoerd. Het jonge bedrijf lanceerde een betaversie van een iPhone-app genaamd Blendle Trending. Iedere dag presenteert die app ongeveer zes ‘beste’ artikelen uit alle kranten en tijdschriften van de online kiosk. Bovendien biedt Blendle sinds kort de mogelijkheid om bepaalde thema’s te volgen.

 

Roddenhof staat weliswaar geheel achter Blendle, maar over deze app is hij not amused. “Ik zie Blendle als een nieuw soort Albert Heijn, een kiosk die onze producten dóórverkoopt. De krant is het uitgangspunt, daaruit worden losse artikelen verkocht. Maar nu lijkt een verschuiving plaats te vinden: journalisten die gaan cureren, dat klinkt als eindredactie. Ze gaan krantje spelen! Zo werp je de journalistiek omver, want je maakt een product uit andere producten. Welke rol wil Blendle nu eigenlijk? Die van verkoper? Van uitgever? Journalist?”

 

Het eerste idee: MyMagazine

Het moet Marten Blankesteijn (27), oprichter van Blendle, bekend in de oren klinken. Hij hoort dit soort geluiden nu al een jaar of vier.

Blendle ontstond uit Blankesteijns verontwaardiging. De jonge journalist Blankesteijn vond het maar vreemd dat hij een heel blad moest kopen wanneer hij slechts geïnteresseerd was in één artikel.
Marten Blankesteijn bedacht Blendle voor een tijdschriftenrek.
Marten Blankesteijn bedacht Blendle voor een tijdschriftenrek. 


Tegelijkertijd merkte hij dat zijn leeftijdsgenoten nauwelijks nog kranten en tijdschriften lazen, terwijl ze volgens Blankesteijn heus wel bereid zijn te betalen voor journalistiek. Alleen: ze hebben geen zin in dure abonnementen, of gedoe met betaalmuren – en een makkelijke manier om losse artikelen te kopen was er niet.

 

En dan nog zoiets: als Blankesteijn een goed artikel wilde twitteren, moest hij daarvan eerst een foto maken om het te kunnen delen. Beláchelijk.

 

Dat moest anders.

 

Het was 2011, Blankesteijn werkte nog als eindredacteur bij De Pers . Hij bedacht een plan, noemde het ‘MyMagazine’, en ging ermee de boer op.

 

Eerste gesprekken met uitgevers

Eén van de eerste uitgevers aan wie Blankesteijn het voorlegde was Han-Menno Depeweg, digitaal uitgever van NRC Media. “Het ging een beetje rommelig”, herinnert Depeweg zich. “Hij had geen presentatie ofzo, hij kwam gewoon over dat plan van hem praten. Het idee van losse verkoop van artikelen zat daar toen al in, maar niet zo op de voorgrond. Het kwam erop neer dat je uit bestaande kranten en tijdschriften je eigen blad kon samenstellen met artikelen die je waren aangeraden door beroemde personen. De slogan luidde zoiets als: ‘Je hebt geen tijd om alle media te volgen, dus volg je iemand die dat voor jou doet’. Hans Nijenhuis en ik zagen er niets in. Dus hij kon weer vertrekken.”

 

Belangrijkste bezwaar: “Wij maken zelf ook een bundeling. NRC Handelsblad is een bundeling, nrc.next is een bundeling. En dan ging hij een nieuwe maken? We zouden een concurrent van onszelf worden.”

 

Met die kritiek vertrekt Blankesteijn weer naar huis. Hij schaaft aan zijn plan, en probeert het bij andere kranten en tijdschriften. Behendig praat hij zich overal naar binnen. Zijn contacten met collega-journalisten komen daarbij goed van pas. Depeweg: “Nee, ik kende hem niet. Maar hij kende wel mensen op de redactie. Ineens stond zijn naam in mijn agenda.”

 

Martens vader Herbert Blankesteijn, die als freelance journalist over techniek en nieuwe media bericht voor onder andere NRC en BNR Nieuwsradio, heeft hierin naar eigen zeggen geen rol gespeeld. “Maar het is wel typisch Marten”, zegt hij.

 

Al op de middelbare school regelde de jonge Marten zo een stageplek bij BNR Nieuwsradio: niet doordat zijn vader een goed woordje voor hem deed, wel door handig met de situatie om te springen. “Hij vroeg mij het nummer van de hoofdredacteur. De secretaresse neemt op, verstaat het niet goed, en zegt tegen de hoofdredacteur: ‘Blankesteijn hier’. De hoofdredacteur: ‘Hoi Herbert!’. En Marten: ‘Is Marten ook goed?’ Binnen de kortste keren mocht ‘ie die stage doen.”

 

Branie plus ‘vertederingsfactor’, noemt zijn vader die formule. “Het helpt natuurlijk dat het een jonge knaap is. Dat geldt nog steeds. Als zo’n jongen in capuchontrui op een hoge baas afstapt is dat interessant en grappig, als veertiger moet je zo niet aankomen.”


Alexander Klöpping sluit aan

Een van de mensen met wie Blankesteijn contact zoekt, is techjournalist en internetondernemer Alexander Klöpping (28). “Ik kende hem van tv, en stuurde hem een mailtje om te vragen wat hij van mijn idee vond”, vertelt Blankesteijn. Ze spreken af in een café en praten over van alles, maar niet over Blankesteijns plan. “Hij was gelijk een goede vriend”, zegt Klöpping. “Net als op een geslaagde date: je ontdekt dat iemand hetzelfde denkt als jij, dezelfde interesses heeft als jij.”

 

Op een tweede afspraak hebben ze het wél over Blankesteijns idee. Klöpping vindt het niets. “Losse artikelen verkopen, dat leek me totaal niet boeiend. Het voldoet aan geen enkele vraag. Je zou die vraag zelf moeten creëren – ik zag niet in waarom je dat zou doen.”

 

De eerste ontwerpen

Blankesteijn laat zich niet uit het veld slaan door de afwijzingen. Wat hij in zijn hoofd heeft, is goed. Daarvan is hij overtuigd. Hij kan het alleen niet laten zien. Daarom huurt hij halverwege 2012 – van zijn spaargeld – een designer in die de eerste technische tekeningen (‘wireframes’) maakt.

 

Hij is er echter nog niet helemaal tevreden over. Via via benadert hij vormgever Jort de Vries , en vraagt hem wat kleine aanpassingen te doen. “Prima, stuur maar op, doe ik wel even”, reageert die. “Maar Marten zei meteen: ‘Neeeee, ik wil eerst met je afspreken om je alles te vertellen over mijn plan'”, vertelt De Vries.

 

Na het eerste klusje vraagt Blankesteijn of De Vries als freelance-opdracht de hele app zou willen vormgeven . De Vries: “Oké, zei ik. In vier weken moet dat wel lukken.” Hij grinnikt. “Véél te optimistisch.”

 

Lees hier hoe het verhaal verder gaat, op de website van nieuwejournalistiek.nl